Netwerk Kloosterboerderijen

Kampjesstraat 35  8162 WL Epe

Hieronder lees je het 'kloosterboerderij concept', geschreven door Daniël in 2009. 

Voor wie meer wil weten over hoe het project tot stand is gekomen...

Kloosterboerderij Concept

2009

Kloosterboerderij concept.

Inhoud:

1. Visie en motivatie.

2. Zelfvoorzienend.

3. Overvloed.

4. Tuin van geloven.

5. Zelfmedicinaal.

6. Educatie.

7. Recreatie.

8. Conclusie.



1. Visie en motivatie.

In 2004 kwam ik in een voormalig kloosterpand te wonen. Ik woonde daar 5 jaar en hield mij vooral bezig met de verzorging van mijn dochter, de dieren en het zo zelfredzaam mogelijk bestaan. Ik probeerde mijn groenten zelf te verbouwen. En door mijn achtergrond uit zorg en hulpverlening was ik zeer geïnteresseerd in de planten die heilzaam zijn voor gezondheid en welzijn. De klooster panden waren van oorsprong school en zorginstelling. Daarna was het lange tijd asielzoekers centrum geweest. De gebouwen met hun enorme capaciteit werd door enkele mensen anti-kraak bewoond. Daar kwamen voor mij de dromen van hernieuwde kloosters met openheid voor alle religies. Waar alles aanwezig is voor een heilzaam bestaan, zoals hydrotherapiën, massage, leefwijze voorlichting en natuurlijk een grote keuken, open voor iedereen, met alle producten uit de eigen tuin. Dat mijn plekje in de tuin was en bleef was mij ook duidelijk. Ik zou dit idee niet alleen kunnen vormgeven.

Groot was natuurlijk mijn vreugde toen ik op het spoor kwam van een jongerengroep die een kloosterproject van de grond probeerden te krijgen. Na aanleiding van een oproep uit de koninklijke familie voor een nieuwe invulling voor het aan het uitsterven zijnde klooster fenomeen.

De groep was te jong en kwam nog niet tot manifestatie. Mijn leven kreeg ernstig veel levenslessen. En terwijl ik mijn wonden aan het likken was vertelde ik een vriend mijn dromen voor de toekomst. Zijn reactie was voor mij weer een nieuwe impuls. Hij vertelde mij dat de broeder in het stadsklooster in den Haag, waar hij logies had, hem zijn zorgen had gedeeld over het feit dat hij met zijn ruim 60, de jongste broeder was van hun congregatie. Zijn zorgen waren het voortbestaan van het klooster. Mijn vriend vertelde mij dat hun doelstelling veel overlappingen hadden met mijn visie en dromen.

De broeder en ik hebben daarna met elkaar gesproken en hij gaf mij de ruimte voor een project. Dit project maakte gebruik van een boek waarin 80 planten staan, die zowel in de bijbel als in de koran beschreven staan. Met een gelijkgestemd stel uit den Haag hebben we toen de intentie manifest proberen te maken. De bedoeling was de verschillende geloofsgroepen uit te nodigen voor een ceremonie bij het uitplanten. Maar door de grote reisafstand werd het project kleinschalig. Ik heb de planten in een kruis en halve maan uitgeplant. En samen met de broeder hebben we gebeden voor verzoening onder de volkeren, in naam van God en de Moeder aarde, die ons allen leven geeft.

Tijdens voorgaande periode kwam ik tijdens colleges over de geschiedenis van het Christendom op het spoor van het ontstaan van het kloosterleven. Het begon in het oosten, in de tweede eeuw na Christus. Christen- platoonse- en gnostische-asceten (ascesis=training) trokken zich afzonderlijk terug in de Egyptische woestijn. En werden, beide geslachten, woestijnvaders genoemd. Deze woestijnvaders werden het geweten van de samenleving, ze zeiden hoe te leven maar stonden vaak op gespannen voet met de autoriteiten. In eerste instantie leefden de asceten als kluizenaar, maar al snel sloten er zich mensen bij hen aan en gingen religio=regel maken. Er waren vier ascetische levensstijlen. Als eerste de kluizenaar, deze werd gezien als de allerhoogste vorm en het dichtst bij God. Daarnaast was er de zwerver, in navolging van Jezus, die ook rondtrok. Als derde is daar de thuiswonende huismus, die zichzelf thuis regels oplegde. Daaruit is waarschijnlijk de vierde ascetische vorm ontstaan, die van de kloosterling. De thuiswonenden sloten zich bij elkaar aan en leefden gemeenschappelijk de regels.

Vanaf de derde eeuw was ascese een vast onderdeel van het Christendom. Vanuit het oosten kwam het fenomeen asceet ook naar het westen van het Romeinse rijk. Benedictus van Noria (stierf 547) was zo’n kluizenaar. Mensen sloten zich bij hem aan en maakten een kloosterregel (monte casino). De regel was een luxes om zijn eenvoud (heel er kort samengevat; ora et labora=bid en werk). En werd door Lodewijk de Vrome een regel gemaakt voor alle kloosters. Na 900 hervormde Bernard van Clairvaux de benedictijner kloosters in Europa. Door netwerken zorgde hij voor een sociale beweging. Omdat hij zelf uit een adellijke familie stamde had hij de mogelijkheid de grote landheren een spiegel voor te houden met betrekking tot de omgang met hun boeren en lijfeigenen.

We gaan weer terug naar de 21e eeuw en mijn leven word in beslag genomen door mijn levenslessen. Samen met een vriend uit het klooster-project proberen wij nog een project met het beraad van Kerken Apeldoorn die enthousiast is voor ons plan de planten uit de bijbel en de koran te gebruiken in het interreligieuze dialoog. Mijn problemen zijn echter te groot en het klooster plan ebt weg naar de achtergrond en op een gegeven moment besluit ik het zelfs los te laten. Totdat mijn jongere broer mij een boek te leen geeft over de boer-filosoof Jan Huijgen. Zijn verhaal vertolkt mijn gevoel en ik gebruik passages uit dat boek soms letterlijk, soms geïnterpreteerd, in mijn verdere schrijven.

Eerst verteld Jan Huijgen over zijn inspiraties en verteld hoe de Franse historicus George Duby laat zien in zijn boek “de drie orden” hoe in het barbaarse Europa een netwerk van kloosters ontstaat. En hoe deze kloosters een nieuwe samenleving opbouwen met daarin oases van cultuur en gebed, barmhartigheid en hulpverlening. En hoe de middeleeuwse kloosters het opnamen voor kwetsbare mensen in de samenleving. Ze ontplooiden zich als broedplaatsen van kennis en ontwikkeling. Hoe ook de regel van armoede (Fransiscus van Assi) de regel was waardoor ze naast de kwetsbare mensen van de middeleeuwse samenleving gingen staan. Daarna komt er een mail van Jan Huijgen aan vrienden waarin zijn motivatie, mijn motivatie voor dit kloosterboerderij concept verwoord.

“Ik zou graag in het moreel verlaten landschap nieuwe plekken (oases) van moreel en gedragsleven bouwen waarmee de grote machtsblokken tegemoet getreden kunnen worden. Op een manier die past in onze tijd. En ook om binnen het lokaliserende netwerk van internet, bedrijven en organisaties weer draden te weven die getuigen van de reële tegenwoordige en genezende kracht van God.


2. Zelfvoorzienend.

Eeuwige boer,

Ploeg onze verlamming om, tot moed om de aarde te redden

Zaai liefde in de voren van onze angst

Laat kracht groeien uit onze onmacht

En oogst toekomst voor ons samen

Amen (Otto de Bruijne)

De kloosterboerderij zal in eerste instantie de vorm krijgen van een multifunctioneel biologisch dynamisch bedrijf.

Multifunctioneel:

De keuze voor multifunctioneel is de mate van inpasbaarheid in het klooster concept. Door de multifunctionaliteit van het bedrijf is er veel mogelijkheid voor het inpassen van diverse mensen met hun mogelijkheden. En het ontwikkelen en begeleiden van de mensen. Ook bied een multifunctioneel bedrijf de mogelijkheid het kloosterboerderij concept zelfredzaam doen functioneren. Zelfredzaam houd in dat alles wat wordt geconsumeerd zelf geteeld, zelf gefokt of zelf vervaardigd wordt. Dit in eerste instantie zo veel mogelijk. Als er eenmaal uitbreiding is, meerder kloosterboerderijen, zal er uitwisseling komen van de producten. Dit omdat iedere locatie zijn specificatie van bepaalde goederen zal krijgen omdat bijvoorbeeld gronden specifiek geschikt blijken voor bepaalde gewassen. Of omdat er bepaalde specialisatie ontwikkeld wordt op willekeurige kloosterboerderij.

Biologisch dynamisch:

Biologisch dynamische landbouw en veeteelt bedrijven komen voor mij het dichtst bij het met liefde, aandacht en respect voor wat leven is en dat wat het leven geeft.

Daarnaast zijn er in deze sector veel arbeidsintensieve klusjes waarin dus een grote inpasbaarheid voor het kloosterconcept waarin ruimte is voor mensen zich aan te sluiten, zich te ontwikkelen en mee te werken in de tuinen en in het bedrijf.

Naast deze inpasbaarheid in het kloosterconcept is de keuze voor biologisch dynamisch dat in deze economische crisistijd weinig bedrijven groeien waartegen bij biologisch dynamische bedrijven wel groei aanwezig is. Dit komt mogelijk doordat er bij deze bedrijven een grote betrokkenheid is en gevraagd wordt van klantenkring. Men speelt hier op in dat menig mens in deze tijd op zoek is naar zuiverheid en eerlijkheid en dit geboden wordt in deze sector.

Bedrijf:

De reden dat er gekozen wordt voor een volwaardig bedrijf in dit kloosterconcept is de verbinding met de samenleving en de mogelijkheid voor het overleven en doen groeien van de kloosterboerderijen. In eerste instantie kan de kloosterboerderij een volwaardig bedrijf zijn die in deze financiële tijd bestaan kan. Daarnaast kan zij ontwikkeling generen voor de uitbreidingen van het kloosterboerderij concept.

Ook de politiek geeft al lange tijd groen licht voor multifunctionele bedrijven. Sicco Mansholt geeft aan een ommekeer te wensen in de landbouw. (Sicco Mansholt wordt gezien als de grondlegger van de gemeenschappelijke landbouw. Hij regelde na de tweede oorlog, onder de slogan “nooit meer honger”, een stabiele graanprijs en maakte de boeren tot loonwerkersmet vakanties. Verder is hij verantwoordelijk voor het verdwijnen van vele kleine boerenbedrijven en het stimuleren van grootschalige landbouw.) In een brief aan zijn zus, schreef Sicco, terugkijkend op zijn leven: “Nu ik oud ben vraag ik mij af; wat hebben wij gedaan dat die levende symbolen van de natuur, we spreken van ons milieu, verdwenen zijn? (Dan volgt er een onroerende passage over stekelbaarsjes in de sloot, over dril en kikkertjes, over weiden vol pinksterbloemen, dotters in de slootwallen en tierelierende leeuweriken. En dan volgt een verzuchting; “En laat, te laat?, kom je tot het besef hoezeer wij ons hebben misdragen. En dat geeft je de opdracht het tij te keren. En hoewel gelukkig het besef van het behoud van de natuur en ons milieu doordringt is er de bange vraag of de mens werkelijk bereid is daarvoor de nodige offers te brengen.)

Gelukkig is er nu de Europese trend dat boeren de multifunctionele landbouw als volwaardige bedrijfsstrategie hanteren. Een strategie die nauwe verbinding zoekt met de nieuwe trends en behoeften van de stad: (h)eerlijk regionaal voedsel, bijzonder landschap, betekenisvolle recreatie, ruimte voor zorg voor mensen en dieren, educatie, duurzame productie en aandacht voor de klimaatverandering.

Voorbeelden van zulke multifunctionele bedrijven die een maatschappelijke meerwaarde bieden zijn bijvoorbeeld; www.geitenboerderij.nl en www.hofvantwello.nl. Bij beide bedrijven zijn naast de productie, nieuwe concepten van zorg, educatie en recreatie minstens zo belangrijk. En beide bedrijven zijn heden ten dage levensvatbaar in tegenstelling tot de weinig hoopvolle bio-industrie.



3. Overvloed.

Wanneer dan het multifunctionele bedrijf de hoeksteen vormt voor de kloosterboerderij op economisch niveau kunnen de volgende fasen in werking gaan.

Als eerste zal er overvloed aan voedsel en goederen gegenereerd worden om het doel te kunnen dien van barmhartigheid en geborgenheid te bieden aan de verschoppeling van de individualistische cultuur, maar ook aan de op drift geraakte stedeling die zijn wortels is vergeten.

Daaruit voortvloeiende ontstaat het methodisch plan voor desbetreffende kloosterboerderij, op welke manier zij maatschappelijke ondersteuning kunnen bieden voor zorg en welzijn. De activiteiten die dit doel dienen zijn gericht op het weer opnieuw vergaderen van voedsel en zelfredzaamheid in primitieve zin. Dit concept brengt de mensen op arbeids-therapeutische basis weer in contact met hun zijn als mens en levend wezen.

Zoals ik eerder besprak zal iedere kloosterboerderij zijn eigen specialisatie ontwikkelen. Alle winsten in de vorm van goederen worden gebruikt ter ondersteuning van de andere kloosterboerderijen voor een overvloed.

En wanneer dan de overvloed op de kloosterboerderijen is, kan het verder vloeien. Er wordt geïnvesteerd in projecten als “eetbaar landschap”, wat kort samen gevat inhoud dat er overal fruit- en notenbomen, beschikbaar voor alle mensen, gekweekt en aangeplant wordt. En dat de gemeenteplantsoenen perma cultuur tuinen zijn. Met op ieder hoek van de straat een groentestal met de beschikbare groente van de dag.

Naast de materiele overvloed is daar de overvloed van kennis. Deze kennis kan in de vorm van educatie onder de mensen gebracht.


4. Tuin van geloven.

In de tuinen van de kloosterboerderijen en ook later in de “eetbaar landschap” projecten, zullen er plekken gereserveerd zijn voor de planten die spiritueel doel dienen. De inspiratie hiervan is “de tuin van geloven” in de stadskloostertuin in den Haag. In deze tuin laat broeder Frans Wils alle religies in vreedzaamheid bij elkaar. Vanuit daar ontstond er het inzicht in het feit dat de heilige boeken van de verschillende religies, overeenkomende planten worden beschreven. Dit geeft de mogelijkheid om in de tuinen aandacht te besteden aan de planten uit de verschillende religies. Maar ook om deze planyen te laten verzorgen door deelnemers aan het interreligieuze dialoog. Vanuit daar kan er tijdens de religieuze feesten de zaken aangaande aarde-zon gevierd worden op de kloosterboerderijen. Daar kan dan uitwisseling ontstaan tussen de diverse religieuze achtergronden. Over elkaar gebruiken met betrekking tot de plantenwereld.

Aan de planten die overeenkomen in de heilige geschriften zal extra aandacht worden besteed in de tuinen. De verschillende religieuze achtergronden kunnen zich hier beiden mee identificeren en zo het bewustzijn ontwikkelen dat we ongeacht verschil van godsdienst, wij toch dezelfde aarde delen en van de zelfde aarde leven. De planten zullen in symbolen uitgeplant worden waar ook gezocht zal worden naar overeenkomende symbolen uit de diverse religies. Iedere kloosterboerderij zal verschillen in welk accent het geeft op welke godsdienst. Dit bepaald zichzelf door vraag en aanbod ofwel welke religieuze groeperingen actief deelnemen. En om ons doel van vrede onder alle godsdiensten niet voorbij te lopen geeft iedere locatie vanuit beleidsplan aandacht aan alle grote wereldgodsdiensten en hun verhouding met de aarde.


5. Zelfmedicinaal.

In het verleden zijn er vele monniken bezig geweest met het beoefenen van de kruidengeneeskunde. Er zijn periodes in de geschiedenis dat er voor de gewone mens weinig anders was dan de kennis van deze monniken en hun kruidentuinen.

Tegenwoordig heeft de farmaceutische industrie het monopolie in de gezondheidszorg en lijkt deze nog steeds uit te breiden. En wetgeving legt het vrij praktiseren van de kruiden geneeskunde aan banden.

Reden genoeg om de kloosterboerderij tuinen te voorzien van medicinale kruiden met daar bijbehorende praktiserende medicijn broeders die open zijn voor spreekuur.. Deze broeders fungeren tevens als informatieverzamelpunt voor uitwisseling van natuurgeneeskunde.

Een bijkomstigheid van het interreligieuze dialoog is het gegeven dat veel religieuze voeding- en hygiëne voorschriften te gebruiken zijn, ter bevordering van de gezondheid en welzijn. Interessant om dit in de dialogen mee te nemen.

De tuinen kunnen bijvoorbeeld in categorieën van ziektebeelden worden ingedeeld zoals in “de Kruidhof”in Buitenpost. In de deeltuinen komen plekken voor rust, bezinning, meditatie en natuurlijk een kopje medicijnkruiden thee.


6. Educatie.

Door het zelfvoorziende karakter van de kloosterboerderijen zal er veel uitwisseling en ontwikkeling zijn in het leven en overleven in praktische zin. De educatie vanuit de kloosters zal dan ook voor een groot deel te maken hebben met de praktische zaken van leven, ziekte en gezondheid.

Omdat we als kloosterboerderij geen traditionele kerk willen zijn, deze ook niet proberen te vervangen, zal er met studie en educatie vanuit de religieuze geschriften alleen naar voren gehaald worden wat de aarde dient.

Wanneer het kloosterboerderij concept een grote populariteit geniet kan er gekeken worden naar eigen scholing. De mogelijkheid is dan om onze kinderen te leren van het leven, anders dan klaar gedrild te worden voor de economiemachine. Voordat dat zover is, is er wel de mogelijkheid voor bijvoorbeeld schooltuin-projecten waar kinderen tijdens school uren moestuin les krijgen.

Voor veel educatie willen we gebruik maken van theater. In navolging van de Waldenser en Franciscaner monniken, die beiden vita apostolisch et evanaelica in hun levenswandel hanteren, willen wij vanuit de kloosterboerderijen het circus of lifght organiseren. Dit circus, een reizend gezelschap, zal overal op een theatrale manier de boodschap brengen van een heilzaam aards bestaan.

Tevens zal deze theatergroep-monniken misstanden in de samenleving op een luchtiger manier bespreekbaar maken. (Denk aan de nar in de middeleeuwen). Deze monniken vragen dus grote betrokkenheid bij wat er speelt in de samenleving. En zullen belangrijk zijn voor de infrastructuur binnen het concept. Denk hierbij aan de uitwisseling van goederen en informatie tussen de verschillende kloosterboerderijen, waartussen zij navigeren.


7. Recreatie.

Het tijdvak waarin de mensen alleen bezig waren met overleven heeft al lange tijd ruimte gemaakt voor mensen met vrije tijd. De besteding van deze vrije tijd is net zo divers als de mens zelf. Binnen het kloosterboerderij concept zullen wij ons daarom beperken tot recreatie met maatschappelijke betekenis. De kloosterboerderijen zullen ontspanningsruimtes bouwen zoals zweethutten en badhuizen. Maar verder zal de recreatie gericht zijn op maatschappelijke ondersteuning in problemen die actueel zijn in de samenleving.

Dat hier ook in politiek vraag naar is blijkt uit een uitspraak van Gerda Verburg (2007 minister van landbouw, natuur en voedselkwaliteit) over multifunctionele bedrijven: “de toegevoegde waarde van het landschap met name voor de jeugd, ik wil investeren in scharrelkinderen, om hangjongeren te voorkomen.”

Hangjongeren zijn uiteraard niet het enige maatschappelijke probleem. Op de kloosterboerderijen zal dan ook gestreefd worden de verschillende doelgroepen samen te brengen. We zien voor ons hoe de dagbesteding van de nog enigszins vitale ouderen samengaat met de kinderopvang of de crea middag. De achterliggende gedachte is beide partijen weer het gevoel van huiselijkheid en een veilige familiestructuur te geven.


8. Conclusie.

In mijn communicatie met de mensen om mij heen merk ik dat mijn visie soms als extreem wordt ervaren. De meeste mensen ervaren onze gecreëerde wereld naar tevredenheid. Toch zou ik iedereen willen vragen serieus naar de wereld om ons heen te kijken. Denkt u echt dat het goed komen zal? Zal er echt nog levensvatbaarheid voor onze kinderen na ons zijn? Mijn inziens mag er echt wel iets bijzonders gebeuren willen deze oorlogen en vervuilingen stoppen. Daarom hoop ik dat dit concept bij mag dragen voor mensen met hoop om vertrouwen te winnend at wij allen zelf bij machte zijn de verantwoordelijkheid van het leven te dragen.

Daniël Vogelaar